Artikel Optimist: Liefdevol in actie voor het klimaat

THE OPTIMIST NR. 192, MEI / JUNI 2020 ACTUALITEIT

We kúnnen met zijn allen in actie komen voor het klimaat, maar wat houdt ons nu eigenlijk tegen? Boeddhistisch klimaatactiviste Leonie Stekelenburg legt uit hoe dit zit en hoe we collectief het goede kunnen doen.
DOOR: LEONIE STEKELENBURG

Er is lang gedacht dat dreiging mensen goed aanjaagt tot actie. En dat de mens in wezen niet deugt. Onze hele maatschappij – van berichtgeving tot bedrijfsvoering – drijft op deze principes. Gelukkig komt er recentelijk steeds meer positief, wetenschappelijk onderbouwd nieuws naar buiten over ons mens-zijn, met als conclusie: de meeste mensen deugen (zoals Rutger Bregman onlangs schreef). Terugkijkend in de geschiedenis van de evolutie is er nog nooit een diersoort geweest die empathie én zorg kan voelen voor elkaar én uitvindingen kan doen die de hele aardbol beïnvloeden. We kunnen in potentie de hemel op aarde met elkaar creëren. Toch lijken we aardig op weg de hel te bouwen: het Antropoceen is een feit. Waarom lukt het ons niet om collectief het goede te doen?

‘We kunnen in potentie de hemel op aarde met elkaar creëren.’

De mens: van nature goed of niet?

Historicus Rutger Bregman kreeg de vraag hoe het kon dat we niet massaal het goede deden tijdens de Holocaust. Wat maakt dat de ene mens – zoals Janusz Korczak, hoofd van een joods weeshuis – tot en met de gaskamer bij ‘zijn’ kinderen blijft uit liefde voor hen, terwijl een ander afstompt en op diezelfde kinderen inslaat onderweg naar de gaskamer?

Waarom lijken we collectief onvoldoende in actie te komen voor ons klimaat en alles wat daarmee te maken heeft: van grondstof- en bodemuitputting; het uitsterven van dieren; gezonde voedsel- en watervoorziening tot en met luchtvervuiling en oceaanverzuring?

Ik geef hier regelmatig trainingen over. Een greep uit de standaard reacties:
• Dit vraagstuk is te groot en te complex, mijn gedrag aanpassen is zinloos als een ander dat niet doet.
• De overheid, het bedrijfsleven, … moet iets doen, zij
• hebben wél impact, ik niet.
• Overbevolking, dát is het probleem.
• Rijke mensen hebben de problemen veroorzaakt, laat hen het ook maar oplossen.
• Ik voel me schuldig, aan alles wat ik doe of laat kleeft iets wat niet ok is.
• Ik wil graag meer doen, maar wát, en hoe dan?
• Ik voel me murw van al het nieuws, lamgeslagen.
• Het komt vast goed, ik vertrouw op onze innovaties en slimme uitvinders.

Klimaatactivisten die deze reacties vaak krijgen antwoorden doorgaans ook met een standaardtegenreactie zoals:
• In discussie gaan, overtuigen.
• Anderen bevragen over hun (gebrek aan) motivatie.
• De ander wakker proberen te schudden met doemscenario’s.
• Enthousiasmeren en inspireren.
• Inzakken en opgeven.
• Met stomheid geslagen zijn.
• Chaotisch worden in het hoofd en prioriteiten niet meer helder zien of voelen.

Deze standaardreacties, zowel die van ‘klimaatactivisten’ als van ‘de anderen’, zijn terug te voeren op drie primaire fysiologische ‘standen’. Aan- of uitgezet door ons autonome zenuwstelsel.

Of we erin slagen ‘het goede’ te doen tijdens moeilijke omstandigheden, heeft alles te maken met ons vermogen terug te schakelen naar de verbindingsmodus na een primaire vecht-, vlucht-, of bevriesreactie van ons autonome zenuwstelsel. In de trainingen die ik geef, staat liefdevol in actie komen centraal, waarbij ik gebruik maak van vier lessen.

Les 1: Herken de drie primaire standen
Het autonome zenuwstelsel houdt op de achtergrond de basale functies draaiende: honger, vertering, ademhaling, hartslag. Het stelstel vertakt zich van de kruin langs de ruggengraat, naar de organen. Daar verzamelt het systeem zintuigelijke informatie over onze ‘veiligheid’ ofwel neuroperceptie. Als er alarmsignalen worden opgepikt, gaan de primaire fysiologische reacties aan: vechten, vluchten of bevriezen – met de secundaire emoties en gedachtes die daarbij horen.

‘In de verbindingsmodus handelt u vanuit een basisgevoel van zijn.’

1. De verbindingsmodus
Als de neuroperceptie ‘veilig’ aangeeft, ervaren we de verbindingsmodus.
Kenmerken van verbindingsmodus in lichaam, emoties en gedachten:
• Het lichaam is ontspannen, weldadig warm (ook handen en voeten) en geaard. De hartslag is laag. De adem langzaam en expansief, vanuit de buik. Het gezicht is expressief en de stem heeft een breed klankbereik (niet vlak of monotoon)
• U voelt zich verbonden met anderen. In staat tot liefde geven en ontvangen, goed luisteren en anderen begrijpen.
• De aandacht is rustig, open aanwezig (niet vol eigen overtuigingen en ideeën).

In de verbindingsmodus handelt u vanuit een basisgevoel van zijn: in staat – en dat is belangrijk voor collectieve klimaatactie – om open en oprecht nieuwsgierig te zijn naar andere perspectieven.

2. De vecht-of-vluchtmodus
Als de neuroperceptie ‘dreiging’ aangeeft, schieten we in de primaire vecht-of-vluchtmodus.
Kenmerken van vecht-of-vluchtmodus in lichaam, emoties en gedachten:
• De spiergroepen die een vecht- of vluchtactie maken, spannen of trillen. De hartslag verhoogt. U kunt het heet krijgen en zweten. U krijgt een shot adrenaline voor energie. De adem is sneller, vanuit de borstkas. De gezichtsexpressie wordt vlakker, met flitsen boosheid of angst. Positieve emoties zien er geforceerd uit (glimlach zonder oogsamentrekking). In lichaamstaal is een onbewuste bescherming van vitale organen te zien. Of een houding van groter maken.
• U voelt zich boos, bang, zenuwachtig of zorgelijk.
• De aandacht staat op scherp om de omgeving te scannen voor gevaar. Het vermogen tot goed luisteren en positieve sociale signalen oppikken vernauwt. De oriëntatie in gesprek is defensief: meer geneigd tot discussie; ergens vanaf te willen; te pleasen of te ontwijken dan open nieuwsgierig te zijn naar anderen.

In de vecht-of-vluchtmodus gelooft u: ik kan succesvol handelen om deze bedreiging te overleven. Deze modus heeft zeker nut bij acute, concrete dreiging, maar werkt niet verbindend om collectief in beweging te komen.

3. De bevries- of immobiliteitsmodus
Als de neuroperceptie van je autonome zenuwstelsel ‘TE vaak, TE snel, TE groot gevaar’ aangeeft, schieten we in de primaire bevries- of immobiliteitsmodus. Wat merk je van de bevriesmodus in lichaam, emoties en gedachten?
• Alle spieren verstrakken of storten in. De hartslag verlaagt. De ledematen worden koud. Er komt een shot verdovende stofjes vrij tegen de pijn. De longen trekken samen. De adem vertraagt, maar is klein. De expressie wordt emotieloos en bleek. Ogen staren of lijken leeg. De stem is monotoon.
• U kunt zich hopeloos, beschaamd of gevangen voelen. Belangrijke kenmerken zijn emotieloosheid, afgesnedenheid en onvermogen tot verbinding.
• De aandacht is blanco, wattig, verdoofd. U haakt af, dissocieert lichtelijk: het bewustzijn is er wel bij, maar op afstand. Alsof alles een film is.

In de bevriesmodus wordt niet gehandeld, vanuit een basisgevoel van ‘ik kan het niet’.
De primaire bevriesreactie is volledig onbewust. De gedachtes komen daarna pas. De mind rationaliseert die ervaring daarna met ‘ik voel hier niets bij, dit is dus mijn thema niet’, of ‘het heeft toch geen zin’. Mijn indruk is dat veel mensen vastzitten in deze modus als het gaat om klimaat in actie – zonder dat zelf door te hebben.

Les 2: Kweek compassie
Veel psychologische methodes voor gedragsverandering zijn gestoeld op het ‘herprogrammeren’ van onze primaire vecht-of-vluchtreactie. Met als leidend principe: de bewuste mind laten ingrijpen op de primaire reactie en – via positief denken, RET (Rationeel Emotieve Therapie), Mindfulness, intenties stellen etc. – een gewenste respons kiezen. Dat is moeilijk maar mogelijk. De mind heeft een klein tijdsraam om in te grijpen in het bewuste moment.

Maar recenter onderzoek (Porges, Polyvagal theory, 2009) toont aan dat de bevriesreactie onze bewuste mind volledig overslaat. De sensaties en emoties zijn er eerst. De mind rationaliseert achteraf de gevoelens die ons bekruipen.

En dat is baanbrekend nieuws, want we kunnen er dus niets aan doen dat we in deze modus schieten. Het heeft geen zin mensen te bevechten, inspireren of overtuigen die niet in beweging komen.

Wat wél kan is hen helpen bewust worden van hun primaire reactie. Daar compassie voor hebben. En vervolgens leren er samen uit te stappen voordat er over actie gepraat kan worden.

Les 3: Leer terugschakelen
Het goede nieuws is dat de reacties van het autonome zenuwstelsel in tweede instantie wel te beïnvloeden zijn.
Essentiele elementen daarvoor zijn:
• Compassie: bedank je zenuwstelsel, veroordeel het niet.
• Een veilige, prettige omgeving.
• De ademhaling. De adem is het enige autonoom bestuurde lichamelijk proces dat we óók bewust kunnen sturen.
• Beweging vanuit de Somatic Experiencing. Dit is specifiek lichaamswerk gericht op de vastgezette bevriesreacties in het lichaam.
• Liefdevolle aanwezigheid van anderen.

Les 4: Creëer randvoorwaarden
Vanuit de fysiologische staat van ontspanning kunnen we ons weer verbinden: met ons eigen hart; met elkaar; met ons deelzijn van ‘the web of life’. En met de liefde voor onze kinderen en toekomst die we als mensheid allemaal delen op het meest basale niveau. Vanuit die gedeelde liefde kunnen we bruggen bouwen om samen in actie te komen. Niet vechtend tegen anderen, maar hen openend en meenemend.

Wilt u leren zelf terug te schakelen naar verbindingsmodus en anderen faciliteren om samen tot liefdevolle en impactvolle actie te komen, dan is het belangrijk om de juiste randvoorwaarden te creëren. Dit is te leren.

Sinds Leonie Stekelenburg in 1995 rapporten van de Club van Rome las, wordt ze geleid door de vraag: hoe komen we tot diepe collectieve verandering voor een eerlijk en duurzaam ecosysteem? Ze zocht naar antwoorden in systeem-modellering, (neuro)psychologie, collectieve verandermethoden (TheoryU), Mindfulness en lichaamswerk. Maar verloor hoop. Tot ze in Joanna Macy’s Work That Reconnects en in Somatic Experiencing antwoorden vond om hoop actief te belichamen. Stekelenburg combineert deze twee methodes in jaartrainingen, die klimaatactivisten helpt grootse klimaatemoties te beheersen en collectief in actie te komen vanuit liefde.

Ander nieuws